Een paar weken geleden kreeg ik het boek “Kleine taartjes” cadeau van mijn moeder. Hierin staan de kleine taartjes van Petit Gâteau met foto’s en recepten. Voor wie ze niet kent, Petit Gâteau verkoopt prachtige kleine rondje taartjes in o.a. De Hallen en de Haarlemmerstraat in Amsterdam. Ze gaven al langer (vrij prijzige) workshops en nu is er dus ook het boek!

Ik heb het boek Kleine taartjes van Petit Gâteau van voor naar achter doorgelezen en een aantal recepten uitgeprobeerd. Hopelijk helpen mijn ervaringen je als je met dit boek aan de slag gaat, want ik vond het in eerste instantie niet makkelijk!

Het boek is heel mooi vormgegeven en uitgegeven met een harde kaft en veel foto’s. Als je het boek doorbladert krijg je spontaan zin om aan de slag te gaan.

Wat heb je nodig

Bij het basisrecept kom je er al snel achter dat deze taartjes gemaakt worden met iets wat je waarschijnlijk nog niet in huis had: bakringen.
Bakringen zijn anders dan muffinvormpjes. De bakringen die Petit Gâteau gebruikt voor de kleine kaartjes hebben namelijk geen onderkant en de zijkant is recht. Dit heeft een aantal voordelen, waarom ik echt vind dat je deze taartjes het beste met bakringen kunt maken: Omdat je met een ring werkt in plaats van een vormpje, kun je de taartjes heel makkelijk uit de vorm halen. Daarna koelen de ringen heel snel af, zodat je snel door kunt met de volgende lading. Door de rechte zijkant van de bakringen worden de kleine taartjes heel netjes. Ze zien er meteen professioneel uit! En omdat ze direct op de plaat (op bakpapier) worden gebakken wordt de onderkant extra krokant.

Bij Baktotaal Bouwhuis (waar ze sowieso echt alles hebben wat je nodig hebt om de meest fantastische baksels te maken) vond ik de perfecte bakringen. Je kunt natuurlijk ook bakringen 4cm gebruiken voor bitesize taartjes of bakringen 8cm voor een wat groter gebakje, maar in het boek gebruiken ze bakringen 6cm, dus dat heb ik ook gedaan.

Ik werd zelf spontaan verliefd op de kano vormen. Het lijkt me echt ideaal om de taartjes in deze vorm te maken voor een feestje (want heel handig uit de hand te eten en makkelijk te decoreren).
Gaan we binnenkort natuurlijk ook uitproberen!

* Cheat tip: Je kunt hier zelfs de tartelette vormpjes van zanddeeg gebakken en al bestellen, zodat je ze alleen nog maar hoeft te vullen. Leuk voor een kinderfeestje of cateringklus!

Poging één (en twee…)

De eerste keer dat ik de taartjes maakte had ik aan 1 batch deeg net te weinig voor 12 taartjes. Het was ook vrij warm, waardoor het moeilijk was om de rondjes deeg zonder scheuren in de vormpjes te krijgen. Het werden er 11 🙂 Volgende keer ga ik het deeg zeker langer in de koelkast leggen, of tussendoor misschien wel in de vriezer.
In het boek wordt uitgelegd dat je de rondjes deeg in zijn geheel in het vormpje plaatst (dus bodem en rand tegelijk). In een filmpje van de Topless Baker zag ik dat hij zijn bakringen liever in delen vult, dus een passend rondje op de onderkant en een losse rand erop. Probeer uit en kijk wat voor jou het beste werkt zou ik zeggen. Ik denk dat de “losse” manier wel makkelijker is.

* Slimme tip: Maal de ingrediënten met de keukenmachine (zo eentje waar je ook pesto of hummus mee maakt) in plaats van met de hand. Zo is de boter supersnel in een miljoen kleine kruimels verdeeld. Zodra het deeg “schoon” van de wand van de kom komt, is het klaar.

* Variatie tip: Voor chocolade bodempjes voeg je wat cacao aan het deeg toe. Ik deed 1 volle theelepel door een halve batch.


* Pro tip: 
Mocht je nou, net als ik, een beetje moeite hebben met het vullen van de vormpjes, waardoor de randjes na het bakken wat rafelig zijn geworden, dan kun je de gebakken vormpjes even lang een fijne rasp halen. Je krijgt dan mooie, rechte randen en de vormpjes worden wat minder diep, wat voor sommige vullingen handig kan zijn. De kruimels kun je er later weer als decoratie overheen strooien.


Na het bakken van de vormpjes moeten ze natuurlijk gevuld worden. In het boek Kleine taartjes van Petit Gâteau staan veel recepten, maar wat is echt miste was de opbouw van de taartjes. Voorin staan wel wat specifieke voorbeelden en daarna volgen vullingen per thema (fruit, chocolade, e.d.). Na een tijdje kwam ik er achter dat de achtergrondfoto per pagina het taartje is wat je kunt maken met de recepten op die bladzijde (bijvoorbeeld chocoladeganache en brownie voor een taartje met chocoladeganache en een blokje brownie er in), maar in welke volgorde en of er misschien nog iets anders onder een taartje met chocolade verstopt zit, dat is mij echt een raadsel.
En dan ineens is daar bladzijde 125 met de tekst “Maak het taartje als volgt:” Dat is wat we willen weten!
Het lijkt wel alsof ze deze tekst zijn vergeten toe te voegen aan vrijwel elke andere bladzijde.

Wat een beetje mislukte

De pinda karamel vulling van deze pagina heb ik nu twee keer geprobeerd te maken, helaas zonder succes.
Ook de gekonfijte gember van pagina 112 liet me tot twee keer toe achter met een hele plakkerige keuken (denk overgekookte suikerlava). Uit het recept blijkt niet wat je precies over gaat houden na 2 uur koken: gemberstukjes in siroop of “droge” stukjes. Volgende keer ga ik de gemberstukjes denk ik gewoon in de winkel kopen of misschien nog dit recept met duidelijke foto’s proberen.

Wat wel lekker ging

Om mee te beginnen zou ik adviseren de gebakken tartelettes te vullen met een lekkere custard, afgedekt met wat fruit. Je kunt de gebakken vormpjes ongevuld makkelijk een week bewaren. Als je een bak custard in de koelkast hebt staan kun je de kleine taartjes een paar uur van tevoren vullen en nog even laten opstijven in de koelkast. Zo heb je de hele week verse taartjes!

Het volgende taartje wat ik wel echt een succesnummer vond staat op pagina 133 verstopt en ook dit recept heeft assemblage uitleg gekregen! Dan wordt het maken van deze taartjes ineens heel leuk.
Ik maakte de panna cotta bolletjes in een ronde ijsblokjes vorm voor bolletjes van 4.5cm doorsnede. Je kunt de bolletjes ruim van tevoren maken en op het moment van gebruik uit de vriezer halen.

Tot slot

Pro tip 1: Als je vanille aroma of essence gebruikt in plaats van “echte” vanille, dan mis je het leuke effect van de spikkeltjes op de panna cotta. Experimenteer eens met een beetje vers geraspte nootmuskaat, gemalen peper of misschien kun je zelf wel iets leuks bedenken?

Pro tip 2: Witte chocolade ganache is iets gelig van kleur. Dit leek me niet zo smakelijk afsteken bij de witte panna cotta. Voor wat kleur en smaak kun je door de warme ganache wat vers (of ontdooid) fruit roeren, zoals bramen of passievrucht. Omdat dit fruit vocht toevoegt kun je dan het beste ook wat gelatine door de warme ganache roeren (1-2 blaadjes per batch voor 12 taartjes, of een half blaadje voor een glaasje ganache, genoeg om 4 taartjes te vullen).

Eigenlijk is het net als met macarons: Als je eenmaal doorhebt hoe je de kleine taartjes van Petit Gâteau moet maken kun je los met vullingen en variaties. Sterker nog, je kunt dezelfde vullingen gebruiken, want voor beide heb je vullingen nodig die een beetje stevig zijn.

Als je zoals ik regelmatig taarten bakt, dan heb je vaak ook wat ganache en dat soort vullingen over.
Een taartje wat in het boek niet uitgelegd wordt, maar wat wel overal op de foto staat is de tartelette met chocoladeganache en crispy pearls (chocoladebolletjes). Deze chocoladebolletjes van Callebaut zijn verkrijgbaar in allerlei lekkere smaken (salted caramel, omg).
Kleine moeite, grootst effect! Vul de gebakken vormpjes met chocoladeganache naar keuze, bestrooi met bolletjes en neem de complimenten in ontvangst (trouwens ook een leuk alternatief voor beschuit met muisjes). Enneh… doe de bolletjes er op als de chocolade nog zacht is, zodat ze blijven plakken.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *